De Dharma als een afwassopje
We kunnen de Dharma op twee manieren zien, met vorm en zonder vorm. We zijn geneigd om de Dharma van de vorm heel belangrijk te vinden. Wanneer we naar een lezing luisteren tijdens een retraite of opleidingsweekend, dan willen we alles goed onthouden, omdat we het graag willen snappen en liefst ook kunnen navertellen, om andere mensen te helpen. Alleen we begrijpen de Dharma eigenlijk nog niet goed.
Het is net alsof we aan het afwassen zijn en de hele tijd gefixeerd zijn op het sopje. Oh, wat een mooi sopje is dat toch! Kijk toch eens hoe mooi het schuimt! En we zien niet dat ernaast in het afdruiprek inmiddels een prachtig serviesgoed staat te glimmen, en het sopje al een beetje vies is geworden. Het sopje diende er alleen maar voor om het servies schoon te maken en daarna kunnen we het weggooien. Om meer servies schoon te maken pakken we een nieuw sopje.
Zo is het ook met de Dharma. Het dient er alleen maar voor om ons wakker te maken. Het gaat niet om de woorden van de Dharma, maar om ons, om ons wakker-worden. En als we nog niet wakker zijn geworden, dan hebben we weer een nieuwe Dharma-vorm nodig omdat de vorige vorm al niet meer zo goed werkt. De Dharma van de vorm moet steeds ververst worden, vernieuwd worden. Als we de Dharma als zodanig herkennen, dan kunnen we heel ontspannen luisteren, zonder alles te willen onthouden.

